In al mijn werk maak ik beelden van mensen. Hierbij streef ik ernaar het lichamelijke zo transparant mogelijk te maken om het verborgene, het kwetsbare in de mens bloot te leggen.
Aan de hand van het vrouwbeeld doe ik mijn onderzoek. Het gaat mij om het verschil tussen dat wat zij laat zien, en diegene die zij werkelijk is. Ondanks de vrouwen emancipatie van de afgelopen decennia, ben ik van mening dat de verwachtingen van de vrouw nog steeds worden bepaald door het lot dat haar is toe gekend. De wijze waarop de vrouw met haar lotbestemming omgaat, hoe zij het tot onderdeel van haar persoonlijkheid maakt, intrigeert me. De collectieve lotbestemming en haar individualiteit zijn zo zeer met elkaar verweven dat haar daadwerkelijke persoonlijkheid wordt vertroebeld. In mijn werk zoek ik naar middelen om deze “schijn–identiteit” in vraag te stellen.
Hiervoor maak ik in mijn werk vaak gebruik van performances. De opvoeringen in het openbaar zijn vaak een voortzetting van een performance, die ik al lang van tevoren in mijn atelier ben begonnen. Vlijt maakt deel uit van mijn werkwijze, waardoor ik mij ook tijdens het arbeidsproces identificeer met een “goede” eigenschap van de vrouw. Ik gebruik een typisch vrouwelijke handenarbeid, waarin ik in een urenlange, meditatieve bezigheid “huiden” haak, die ik tijdens de publieke performance ga dragen. De toeschouwer wordt geconfronteerd met de vraag, in hoeverre het klassieke vrouwbeeld nog steeds onze verwachtingen bepaalt.